In de negentiende eeuw begint de stadse mens de blik naar buiten te richten en de natuur te (her)ontdekken. In de bossen, stromen, bergen en dalen worden de gevoelens van de romanticus geprojecteerd. Wij duiken in deze klanken en vergezichten aan de hand van minder alledaagse liederen voor koor a capella. Denk aan componisten als Antonín Dvořák, Fanny Hensel-Mendelssohn, Niels Gade en Charles Villiers Stanford. Voor ervaren (koor)zangers die vlot instuderen en zelfstandig hun partij kunnen zingen.
NB: Er is nog plek voor 2 tenoren.