Tijdwee

Sarah Oortgijs

26 juni 2020
In ongekende tijden komen ook nieuwe of in vergetelheid geraakte woorden en samenstellingen bovendrijven. Tussen de woordspelingen die de actualiteit vangen duiken ook begrippen op die iets wezenlijks aan de oppervlakte brengen. Zo’n woord is huidhonger. Er is binnen de anderhalvemetermaatschappij een gevoel van ‘tijdwee’ ontstaan naar het moment dat aanrakingen vanzelfsprekend, of ten minste legaal waren. Een baby die wel gevoed maar niet aangeraakt wordt, groeit letterlijk niet, maar levenslang dreigen we intern te verpieteren als onze huidhonger niet gestild wordt.

Over de huid als grens tussen binnen- en buitenwereld en de aanraking als middel om zowel het zelf te definiëren als de verbinding met de ander te bewerkstelligen, maakte regisseur Lieza Röben de documentaire Huidhonger. Hierin wordt een variatie op Descartes’ ‘Ik denk, dus ik ben’ aangehaald van filosoof Wilhelm Schmid: ‘Tango, tangor, erg sum’: Ik raak aan, ik word aangeraakt, dus ik ben. De Argentijnse tango – in mijn persoonlijke tijdwee top 3 – wordt, haar naam waardig, in close embrace gedanst. Geroemd om de intieme versmelting vergt de dans vanwege haar improviserende karakter ook creatiekracht. Tango verbindt en beweegt, twee menselijke behoeften die in tijden van social distancing veelvuldig gemist worden. En die de kern vormen van alle kunst-zinnige uitingen, zowel in de uitoefening als in het beleven.

Dichter en acteur Ramsey Nasr benoemde in Buitenhof treffend het (extra) belang van kunst en de kunstenaarsblik in crisistijd: ‘Vermaak is meer dan alleen afleiding. Het is iets dat ons uit de stilstand weghaalt. […] Vermaak is de mogelijkheid jezelf te ver-maken. Iets in jezelf te herstellen. Dat is oorspronkelijk – etymologisch – de uitleg van dat woord.’

De tango bestaat behalve uit een dans en muziekgenre ook uit poëtische (lied)teksten, met als hoofdthema tijdwee. Met het begrip tijdwee kwam ik in aanraking via dichter Ingmar Heytze, die tijdens de coronacrisis op Facebook schreef: ‘wilde een samenstelling munten die al blijkt te bestaan: tijdwee (heimwee naar een andere tijd, in theorie zowel toekomst als verleden)’.
Het idee dat tijdwee twee kanten op werkt, haalt de herinnering boven aan een concerttour van tango strijkkwartet Pavadita. Hiervoor werd muziek gecomponeerd en uitgevoerd naar aanleiding van liefdesbrieven van het publiek, die ik bewerkte tot liedteksten. In de brief van een vrouw die haar man verloor schrijft ze:

‘De eerste avond al laat hij mij twee prachtige ringen zien. Witgoud met in elke ring een blauwe saffier. Ze stonden al jaren te wachten in het grijze doosje uit Singapore, op die ene uitverkorene.‘
En: ‘Met de jaren zie ik mijn man steeds meer gespiegeld in onze zoon. […] Een schok van herkenning als deze volwassen zoon op dezelfde wijze zijn overhemdknoopjes dichtmaakt.’

In de liedtekst werd dit:

Een blauwe saffier, met witgoud omhuld
Twee ringen lagen jaren op de ware te wachten
In ‘t grijze doosje dat je meenam uit Singapore
Zodra je me zag, waren ze verkocht


En:

Je had me lief nog voor je me zag
Ik hou van jou, lang nadat je ging
Nu je herrijst in onze zoon
Wanneer je via zijn handen een overhemd dichtknoopt


De tijdwee naar de tango wordt met de dag dwingender. Godzijdank is er kunst (Röben, Nasr, Heytze en Pavadita, zij gedankt dat er kunst is: film, poëzie, dans, muziek) en zijn er tal van vormen om ons kunstzinnig te uiten. Kunstzinnigheid haalt ons uit de stilstand en kan helpen om niet enkel in de ‘achterwaartse’ tijdwee van melancholie en heimwee weg te zinken, maar ons ook aan de voorwaartse tijdwee van verlangen en voldoening vast te houden: ergens poetst iemand zijn schoenen al en knoopt zijn overhemd dicht, klaar om je ten dans te vragen.

Sarah Oortgijs

Sarah Oortgijs schrijft poëzie, columns en artikelen over film en tango.

eerlijk DELEN

Share on facebook
Share on twitter
26 juni 2020