Liefhebber (voor altijd)

Sander Janssens
5 april 2019
Laatst zag ik vlak na elkaar twee bijzondere voorstellingen: Liefhebber, de legendarische tekst van Gerardjan Rijnders uit 1992, waarin een criticus ongeremd leegloopt over de sector; ditmaal gespeeld door jonge studenten van vier acteursopleidingen. En Liefdesverklaring (voor altijd), een nieuwe tekst van Magne van den Berg, geschreven voor vier doorgewinterde acteurs.
Eén oorlogsverklaring aan het theater, haar bespelers en het publiek; gebracht door een club jonge mensen die klaar staat het veld te bestormen. En één liefdesverklaring, uitgesproken door een groep oudgedienden.

Oei, dacht ik. Kost het echt een hele carrière om onvoorwaardelijk van het theater te gaan houden?

Het zette me aan het denken: wat is eigenlijk mijn relatie met theater? Wat brengt me ertoe om me vier avonden per week het huis uit te slepen, een trein in te stappen en ’s lands Verkadefabrieken, Toneelschuren, Kikkers, Chassés, Frascati’s en ITA’s af te struinen? Om nog maar te zwijgen over die vermaledijde Waddeneilanden. (Oké, Waddeneilanden zijn eigenlijk altijd fijn. Maar dat is een heel ander verhaal.)
Als toneelrecensent heb je een ambivalente verhouding tot het veld. Je bent natuurlijk allereerst een groot liefhebber, maar je staat er tegelijkertijd altijd met één been buiten, je forceert een bepaalde afstand en bent vaak het mikpunt van nijd (meestal bij een negatieve recensie, ontdekte ik al snel).

Ik zal eerlijk zijn, lief theater: ik twijfel weleens of het echte liefde is tussen ons.
Zo. Dat is eruit.
Ik bedoel, vaak is het hard werken, praten we absoluut niet dezelfde taal. Soms ben je urenlang helemaal in jezelf gekeerd. Dan maak ik me kwaad en bijt jij me toe dat ik – alwéér – geen snars van je begrijp.
Aan de andere kant: soms gaan we helemaal in elkaar op, lijkt de hele wereld om ons heen te verdwijnen. Een andere keer bevinden we ons middenin die wereld. Soms letterlijk (‘op locatie’, zoals jij dat zo mooi zegt): op straat, in een park, rondvaartboot, kermisattractie, buurtcafé, of, vooruit, een duinpan. We komen nog eens ergens, jij en ik.
Soms dwing je me in een oncomfortabele positie, eentje die ik liever uit de weg was gegaan. Dan hou ik misschien nog wel het meest van je.
Bovendien snapt mijn familie werkelijk geen fluit van ons, knikken ze me meewarig toe als ik weer eens enthousiast over je vertel. Alsof ze stiekem liever hadden gehad dat ik met een ander thuis was gekomen. Maar goed, dat was ik al wel gewend.
Je biedt steun en haalt me vervolgens onderuit, je laat soms weken niets van je horen, en dan sta je toch ineens weer op de stoep. Meestal als ik er net geen zin in heb. En het eindigt steevast in de kroeg.
Of, in mijn geval, in de trein terug, alleen, driehonderd krantenwoorden in elkaar puzzelend.

“kut kut kut kut kut
nooit meer
nooit meer
kut kut kut kut kut” *

Nee, onvoorwaardelijke liefde is het geloof ik niet tussen ons. Gelukkig ook maar, want liefde maakt blind en zo, heel onhandig.
Maar misschien kunnen we wel vrienden blijven?

* [uit: Liefhebber, Rijnders]
Sander Janssens
Sander Janssens (1986) is toneelrecensent voor Het Parool en Theaterkrant.nl en zit in de Nederlandse Toneeljury.



Meer over Sander Janssens?
Kijk op:
https://sanderjanssens.nl/

eerlijk DELEN

5 april 2019