vorige volgende
10 augustus 2018 Blij - Heleen Verburg

Blij

Mijn schrijfhuisje staat op een camping. In het hoogseizoen komt daar een animatieteam dat zich drie keer per dag in clownskostuum hijst om de kinderen te vermaken met sketches van het kaliber ‘Kijk uit, achter je!’ en liedjes met teksten als ‘Er zwemt een haai haai haai in de zee’. Ze doen tot slot een dansje met de kinderen, waarna de hele handel in een open huifkar wordt geladen en door een tractor over de dijk heen en weer wordt gereden. De kinderen vinden het prachtig. Sommigen komen wekenlang drie keer per dag meedoen, en dat op zo’n dertig meter van mijn huis. Ik geniet van het ongebreidelde vakantieplezier van al die kindjes in zwembroek en als het regent met laarsjes aan onder paraplu’s en er gebeurt het tegenovergestelde van wat je misschien zou verwachten: ik begrijp van mezelf op een gegeven moment niet meer waarom ik eigenlijk nog al die moeite zit te doen om een toneelstuk met een beetje inhoud te schrijven. Voor kinderen. En na een tijdje weet ik ook niet meer waarom ik dat eigenlijk nog voor volwassenen zou willen.

Natuurlijk spreek ik mezelf als ik in zo’n stemming beland streng toe en dan kom ik weer snel bij mijn positieven. Het belang van kunst staat wat mij betreft niet ter discussie en toch knaagt er iets… Ik moet denken aan Annie M.G. Schmidt die mij, het was in het laatste jaar van haar leven, eens zei dat ze zo blij was dat ze niets meer hoefde te schrijven. De wereld was volgens haar zo ingewikkeld geworden, dat het bijna niet meer mogelijk was om je er in een stuk of een liedje toe te verhouden. ‘In mijn tijd was het tenminste duidelijk waar je tegenaan kon schoppen’, zei ze. Als zij er al problemen mee heeft, dacht ik toen (en dat was zo’n twintig jaar geleden), hoe moet ík het dan voor elkaar krijgen?

Ergens deze maand zag ik een voorstelling, jeugdtheater voor alle leeftijden. Ik had daar een jaar of vijf geleden een paar liedjes voor geschreven, ik wist niet eens meer welke. De voorstelling was vanwege de actualiteit in reprise genomen. Het verhaal ging over oorlogskinderen. De groep had een randprogramma georganiseerd met een vluchtelingenwerkorganisatie. Na de voorstelling konden de kinderen vragen stellen aan leeftijdsgenoten die het verhaal dat net in de voorstelling verteld was aan den lijve hadden ondervonden. Kinderen uit Syrië, Irak, Afghanistan en ga zo maar door. Kinderen die net als het meisje uit de voorstelling met een koffertje in een bus eindeloos door vreemde landen hadden getuft en uiteindelijk in Nederland terecht waren gekomen.

Opeens vond ik het een wonder: dat uit de complexiteit van ons dagelijks bestaan een idee zijn weg had gevonden, dat het was opgepakt en vormgegeven door een groep mensen en dat daardoor iets was ontstaan. Een gemeenschappelijk moment van herkenning, ontlading en zingeving, en dat maakte me blij. Zo eenvoudig was het, het geheel voelde voor mij zinvol en ik merkte hoe iets in mij zich daardoor als vanzelf verzoende met mijn lot.

Ook deze zomer is het weer raak. Ik ploeter me door een enorm complex thema en probeer een stuk tot een goed einde te brengen, terwijl buiten met jaloersmakende eenvoud een haai haai haai door de zee zwemt. En aan het eind van de zomer zullen we waarschijnlijk even moe maar voldaan huiswaarts keren, het animatieteam en ik. Het leven mag dan complex zijn, de taken zijn soms best goed en naar ieders tevredenheid verdeeld.

Heleen Verburg

nanda roep

Heleen Verburg werkt als freelance toneelschrijfster voor diverse Vlaamse en Nederlandse theatergezelschappen.
Ga naar haar website

 

cindex