vorige volgende
4 mei 2018 Roeping – Yentl van Stokkum

Roeping

Aan de keukentafel van mijn opa probeer ik een gedicht te herschrijven. Het is een belangrijk gedicht, dat heb ik mijn opa uitgelegd bij wijze van excuus, omdat ik in onze kostbare gezamenlijke tijd aan het werk ben. Mijn opa begrijpt dit en vraagt of hij het mag lezen.

Mijn opa is schilder en was tekendocent. Als tekendocent is hij inmiddels gepensioneerd, maar schilder is hij nog steeds, ook nu hij 89 is. Zijn huis staat vol potentiële stillevens: schalen met citroentjes, een schedel die hij ooit van een doodgraver kreeg en een kast vol petroleumlampjes die hij over de jaren heen verzameld heeft. Na de dood van mijn oma schetste mijn opa nog één keer haar portret. ‘Dit is wat een kunstenaar is,’ dacht ik toen, ‘iets wat zo diep in je verankerd ligt dat je, zelfs wanneer je hart op breken staat, een potlood pakt.’

Toen ik op mijn zeventiende naar de kunstacademie ging, was mijn opa trots. Voortaan zou hij vragen hoe het op de academie ging. Eén keer hadden we een gesprek over of dit mijn roeping was. Mijn opa keek bezorgd en ik voelde dat beeldende kunst niet mijn roeping was, maar verklaarde koppig: ‘Ik geloof niet in roepingen, ik roep mezelf wel.’ In mijn herinnering schudde mijn opa stilletjes zijn hoofd, maar ik was te druk bezig met het begrip roeping in gedachten uiteen te zetten om dat op te merken.

Na de academie ontdekte ik wat ik al wist: beeldende kunst had nooit echt als een roeping gevoeld. Ik besloot een tweede studie te volgen, een schrijfopleiding dit keer. Tweede studies zijn duur vandaag de dag, je kunt je maar beter geroepen voelen.

Soms lig ik ’s nachts wakker en denk ik aan mijn studieschuld. Dan wens ik dat ik nooit een eerste studie had afgerond. Andere dagen vraagt iemand me of ik nog beeldend werk maak, waarop ik nee zeg, waarna de ander opmerkt hoe jammer dat is. Dan knik ik en vraag ik me af of ik iets verspild heb, of mijn omweg de weg wel waard was.

Toen ik besloot dat schrijverschap mijn roeping was, vond mijn opa dat misschien wel het leukst. Met een twinkeling in zijn ogen vertelde hij dat hij zelf ook schrijft. Sindsdien mag ik zo nu en dan een verhaal van hem lezen. Wanneer ik zijn verhalen lees, hoor ik hem altijd praten.

We zijn stil, terwijl mijn opa, aan de keukentafel, voor het eerst een gedicht van me leest. Wanneer hij het uit heeft, schraapt hij zijn keel. ‘Als je niet wist hoe je moest tekenen, had je dit nooit kunnen schrijven.’

Misschien liggen beeldende kunst en schrijven dichter bij elkaar dan ik op mijn zeventiende kon vermoeden. Misschien ben ik nooit gestopt met tekenen.

Yentl van Stokkum

yentl van stokkum

Yentl van Stokkum was op een blauwe maandag kunstdocent in het middelbaar onderwijs. Nu is ze schrijver van toneel, proza, poëzie en essays. Ook maakt ze onderdeel uit van de redactie van online tijdschrift Hard//hoofd.

 

cindex