vorige volgende
27 april 2018 Dit is kunst – Ron Vaessen

Dit is kunst

Kunst aanschouwen is een solitaire aangelegenheid. De kunstenaar is er niet of voert uit, jij moet goed kijken, luisteren, lezen. In een museum staar je solo naar doeken, schermen en installaties. Bij het theater of ballet zit je er alleen voor. Romans en dichtbundels spreken voor zich.

Heldere theorie, maar 23 februari 2018 ontdekte ik mijn ongelijk. Door de gierende voorjaarskou reisden vriendinlief en ik naar Amsterdam, waar Kendrick Lamar zijn intelligente nummers ging opvoeren. Over het Amerika waar je als zwarte man op iedere straathoek kans loopt neergeschoten te worden. Of waar je, als je de kogel steeds ontwijkt, kan uitgroeien tot ’s werelds meest geprezen rapper van je tijd.

Bij binnenkomst stonden fanatieke bezoekers al samengedromd voor het podium. Alleen de ring met zitplaatsen in het voetbalstadionachtige poppodium was nog grotendeels ongevuld. Na het voorprogramma, James Blake achter de piano, vonden mensen met kaartjes een weg naar lege stoelen. Blake vertrok, ik nam onze plaatsen waar, vriendin ging halve liters bier halen.

Ze had haar hielen nauwelijks gelicht toen de lichten uitklapten. De zaal joelde, de rapper hakte erin. Mensen stonden op. ‘Het begintzz’ appte ik om 20.55u. ‘Ik hoor het. Maakt niet uit. Lopen allemaal mensen uit de rij nu,’ reageerde ze meteen. En om 20.57u: ‘Film het voor me.’ Ik maakte geen filmpje, maar foto’s. Dit wordt weleens verguisd, met eigen ogen zou meer te zien zijn dan door een lens. Maar dat is niet per se waar.

Vlammenwerpers had ik eerder gezien, dus die maakten niet meer indruk dan ‘mwah’. Een bewegend podium was nieuwer. Geluidsboxen die naar achteren gleden, Lamar die ineens tussen het publiek stond, in een kooi die omhoogkwam. Ik zag het en wist me vermaakt. Maar het gaat er niet om wat je ziet; wat je niet ziet telt.

Het witte gewaad met franjes, waarin de artiest zich had gehuld, zag ik. Dat er een lichtshow was, had ik ook geregistreerd. Pas bij het swipen door de foto’s zag ik, wat me tijdens het optreden alleen intuïtief opgevallen moest zijn. Een iPhone-camera heeft geregeld moeite met scherpstellen en belichting. Een foto is wazig, te donker of te licht. Het bleek hier een schitterend gebrek. Door de lens transformeerde Lamar, met de lichten op hem gericht in het duister, tot een verblindende klont wit licht (onscherp) en een strak getekende menselijke figuur, zuiver als een ster bij heldere hemel (scherp). Op andere foto’s waren de verticale lichtstralen die op hem neerdaalden zelfs zo nadrukkelijk aanwezig, dat hij verwerd tot een Bijbelse figuur met een boodschap.

In de toegift die meermaals werd verlengd had Kendrick Lamar het over samen een record verbreken, level fifteen en dankbaarheid. Links van me schreeuwde een schriele jongen steeds ‘KENNY’ en zwaaide zijn arm naar voren. Dat keer zeventienduizend is als koraal in een onderwaterstorm; een elementair gekrioel van leven. Op verzoek gingen telefoons op zaklamp, handjes in de lucht - de zaal een deken van lichtpuntjes, een klein universum op zich.

En ik dacht de hele tijd: dit is kunst.

Ron Vaessen

Koen Caris

Ron Vaessen is schrijver en journalist.

Ga naar zijn website 


 

cindex