vorige volgende
10 november 2017 Een twee drie vier vijfde wand – Babiche Ronday

Een twee drie vier vijfde wand

Ik hou van kunst. Maar er is één kunstvorm waar ik tot tranen geroerd naar kijk. Waarbij ik opspring uit mijn stoel om staande ovaties te geven en waar ik dagenlang niet over uitgepraat raak. Tot groot (on?)genoegen van mijn omgeving. Dat is theater met objecten. Ja. Het is waar. Ik sla op hol van een zakdoekje dat een boot wordt. Een stuk papier dat tot leven wordt gebracht. In Heden stad huilde ik om een stad die gebouwd werd van afvalmateriaal en tot leven kwam. Maar waarom?

De vierde wand
In zijn discours De la poésie dramatique (1758) beschreef Diderot voor het eerst de vierde wand. Hij spoorde aan niet meer te denken aan de toeschouwer, te doen alsof hij niet eens bestaat, je in te beelden dat er een hoge muur staat die je van de parterre scheidt. Doe alsof het doek nooit opging. Met het doorbreken van de vierde wand daarentegen wordt de stijlvorm bedoeld waarin de acteur zich ineens rechtstreeks tot het publiek wendt en daarmee erkent dat de opgeroepen realiteit een illusie is. Het doorbreken van de vierde wand was een doorbraak, een anti-illusionistisch vervreemdingsprincipe.

De vijfde wand
Tuur Devens gaat in zijn boek De vijfde wand nog een stap verder, en voert de vijfde wand in als een structureel begrip om het anders kijken te verklaren. Het principe van de vijfde wand is dat je tegelijkertijd naar twee lagen kijkt: naar het object an sich en naar het personage. Bijvoorbeeld in het geval van een scène waarin een doekje een karakter is. Je ziet als publiek het doekje bewegen, je kijkt ernaar en je weet dat het een stom wapperend doekje is en tegelijkertijd ga je helemaal mee in de illusie dat dit doekje een personage is. Realiteit en illusie overlappen elkaar. Presentatie en representatie gaan samen.
De vijfde wand is volgens Devens niet alleen een letterlijk zichtbare vijfde wand waartegen het theater plaatsvindt; het is ook een figuurlijke wand waarop het theater bijna tegelijkertijd illusie biedt én de illusie doorprikt. Dit verplicht de toeschouwer in zijn kijkgedrag simultaan te coderen, en te decoderen.
Er is voor Devens pas sprake van de vijfde wand als de illusie doorbroken wordt en er ook simultaan op de realiteitslaag gewerkt wordt. Bijvoorbeeld in de voorstelling Mozart van Fred Delfgaauw, waar twee doekjes dokters voorstellen die een lichaam onderzoeken (het lichaam van de manipulator dat op de grond ligt, met de armen gestrekt, daaroverheen hangen de doekjesdoktoren). De doktoren zoeken, maar vinden geen pols om de polsslag op te nemen. Hier zijn de dokters dus weer doekjes die over hand en polsen gedrapeerd zijn.

De vijfde wand is het begrip dat van representatie presentatie maakt, dat simultaan het illusionisme doorprikt en daar ook mee speelt. De vijfde wand is het begrip dat de verrassing van de toeschouwer wil omschrijven als hij/zij datgene wat hij/zij ziet bijna simultaan codeert en decodeert. En dat vind ik het allermooist.

Babich Ronday

ennekoens

Babiche Ronday is schrijver en objecttheatermaker




cindex