vorige volgende
4 augustus 2017 Parttime lijden - Wessel de Vries

Parttime lijden

Onlangs zag ik de documentaire To Stay Alive - A Method van Erik Lieshout, een interessante film waarin Iggy Pop delen van Michel Houellebecqs essay Leven, lijden, schrijven - een methode voorleest. In dit essay onderzoekt Houellebecq de verhouding tussen kunst en het leven. Hij noemt het lijden de oorsprong van alle kunst.
In hoeverre moet een kunstenaar lijden om interessante kunst te kunnen maken? Bij het zien van To Stay Alive - A Method bekroop mij het gevoel dat ik veel te weinig lijd om écht goede teksten te kunnen schrijven. Ik ervaar het leven niet als een voortdurende worsteling, rampspoed trekt meestal aan mij voorbij en als er dan toch iets gebeurt wat eigenlijk niet zo leuk is, ben ik optimistisch genoeg om er een positieve draai aan te geven. Vaak vraag ik me vertwijfeld af: ben ik niet veel te vrolijk om iets te schrijven dat hout snijdt? Bestaat er zoiets als een gelukkige kunstenaar? Op internet zie ik de vrolijke vakantieplaatjes van een jonge romanschrijver, de gezellige terrasselfies van een net-afgestudeerde filmregisseur en de foto van de pasgeboren baby van een toneelschrijver, die zijn prille geluk met de wereld wil delen. Wanneer lijden deze mensen? Dat vraag ik me weleens af! Natuurlijk zijn er manieren. Je ontwikkelt een antenne voor zaken waar je je druk om maakt en schrijft die op in een boekje. Je grijpt ieder moment waarop je je even iets minder voelt aan om jezelf eens niet uit de put te relativeren, maar om je worsteling, sans gêne en zonder filter, op papier te zetten. Je graaft in je hoofd naar vervelende gebeurtenissen uit het verleden, momenten waarop het moeilijk was en probeert krampachtig om contact te maken. En is het eigenlijk wel waar dat het persoonlijk lijden van de schrijver, altijd leidend moet zijn bij het schijven van een tekst? Je kunt je toch ook in het lijden van een ander verplaatsen en daarover schrijven? Je andermans lijden eigen maken, liefst binnen de uren dat je aan het schrijven bent, om zo een parttime lijder te worden? Hoewel het maken van een belangwekkend kunstwerk om meer vraagt dan een negen-tot-vijfmentaliteit kun je op die manier toch proberen om het lijden enigszins buiten je privéleven te houden.
Maar toch! Is parttime lijden genoeg voor het schrijven van een meesterwerk? Uit een van mijn favoriete boeken, The Catcher in the Rye, spreekt de stem van een schrijver die het leven als een voortdurende worsteling ervaart. De jonge Arnon Grunberg, die op zijn drieëntwintigste (!) zeer succesvol debuteerde met het ontluisterende Blauwe Maandagen, had geen bruisend sociaal leven en een lieve vriendin, integendeel: het leven dat hij in zijn debuutroman beschrijft staat bol van lijden, een verschrikkelijke eenzaamheid die hij zo nu en dan probeert te doorbreken door het bezoeken van een escort.
Nee, ik denk niet dat de boeken van Sallinger en Grunberg, Plath of Goethe uit parttime lijderschap zijn voortgekomen. Ik vermoed dat deze literaire grootheden niets anders deden dan lijden: dag in, dag uit. En erover schreven, in een hartstochtelijke poging om in leven te blijven, precies zoals Houellebecq dat in zijn essay beschrijft.
Als je van het leven wil genieten, moet je maar een wijngids gaan schrijven. Maar als je een meesterwerk op papier wil krijgen, ontkom je niet aan een lijdensweg. Dat is voor mij als jonge schrijver een fascinerende, maar tegelijkertijd zéér ontregelende gedachte.

Wessel de Vries

ennekoens

Wessel de Vries schrijft toneelstukken (o.a. voor Tryater,
Productiehuis 'n Meeuw
en Theater Sonnevanck)
en filmscenario's.


cindex